Van inzicht naar impact: financiële problemen beter voorkomen en oplossen

Eind 2025 werd tijdens het 60-jarig jubileumcongres van Stichting BKR de oprichting van de leerstoel ‘Household Credit’ aan de Erasmus Universiteit aangekondigd. Deze door BKR gesponsorde leerstoel richt zich op de financiële besluitvorming van Nederlandse huishoudens en wil bijdragen aan verantwoord lenen, financiële gezondheid en financieel welzijn in Nederland. Met ingang van 1 januari 2026 is prof. dr. Kim Peijnenburg benoemd tot eerste hoogleraar die deze leerstoel de komende vijf jaar zal bekleden. Een gesprek over hoe dit onderzoek kan bijdragen aan het voorkomen en oplossen van financiële problemen. 

 

U bent eind vorig jaar benoemd op de BKR-leerstoel Household Credit. Waar gaat u zich de komende jaren concreet op richten? 

Peijnenburg: “Mijn onderzoek richt zich op household finance: hoe huishoudens financiële beslissingen nemen. Daarbij kijken we in hoeverre we vroegtijdig kunnen signaleren wie risico loopt om in financiële problemen te komen. Als dat lukt, kunnen we ook eerder en gerichter ingrijpen. Daarnaast onderzoeken we welke vormen van ondersteuning daadwerkelijk effectief zijn - zowel om problemen te voorkomen als om mensen die al in de problemen zitten daar zo snel en duurzaam mogelijk uit te helpen. Het gaat daarmee om het hele traject: van vroegsignalering tot herstel.” 

 

U gaat werken met onder meer data van BKR. Wat maakt die data zo waardevol voor uw onderzoek? 

“Het idee achter de leerstoel is dat we met behulp van unieke datasets van BKR - uit het schuldhulpregister en het vroegsignaleringsregister - huishoudens beter kunnen begrijpen in hun beslissingen rondom krediet. Deze BKR-data geven inzicht in welke kredieten mensen hebben en waar betalingsproblemen ontstaan. Door de koppeling met CBS-microdata ontstaat daarnaast een breder beeld, met informatie over inkomen, woningbezit, gezondheid en life events zoals baanverlies of echtscheiding. Elke dataset is op zichzelf waardevol, maar juist de combinatie maakt het mogelijk om de financiële situatie van huishoudens in samenhang te analyseren.” 

 

Wat kunnen partijen zoals kredietverleners, gemeenten of de overheid straks met de inzichten uit uw onderzoek? 

“Een duidelijk voorbeeld ligt bij gemeenten. Zij hanteren verschillend beleid in de aanpak van betalingsproblemen. Door die aanpakken te vergelijken, ontstaat beter inzicht in wat effectief is: wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden. Er is immers geen ‘one size fits all’-oplossing. Daarnaast richt het onderzoek zich op de oorzaken van financiële problemen. Die zijn bepalend voor de aanpak. Problemen die ontstaan na een life event, zoals een echtscheiding, zijn vaak tijdelijk van aard. Met passende ondersteuning kunnen mensen daar weer uitkomen en vervolgens financieel stabiel blijven. Als de oorzaak structureler is, vraagt dat om een andere benadering. Die inzichten zijn ook relevant voor bijvoorbeeld kredietverleners.” 

 

Waar ziet u de grootste kansen om met dit onderzoek echt verschil te maken voor mensen die risico lopen op financiële problemen? 

“De grootste kans ligt in een gerichte aanpak, waarbij ondersteuning beter wordt afgestemd op de oorzaken van financiële problemen. Dat maakt het mogelijk om mensen effectiever en duurzamer te helpen. Voor groepen met een verhoogd risico op terugval kan dit bovendien leiden tot beter onderbouwd en passender beleid. Als het onderzoek eraan bijdraagt dat minder mensen in financiële problemen terechtkomen, of dat zij daar sneller en blijvend uitkomen, is dat een belangrijke stap vooruit.”