Het gaat niet alleen om registreren, maar vooral om begrijpen wat je ziet’

Met de komst van de herziene Europese richtlijn consumentenkrediet (CCD II) verandert het speelveld van kredietverlening ingrijpend. De nieuwe regels zorgen voor meer harmonisatie binnen Europa en brengen ook in Nederland belangrijke veranderingen met zich mee. “Producten die eerst buiten beeld vielen, worden nu onderdeel van het kredietstelsel. Dat zorgt voor meer duidelijkheid en betere bescherming van consumenten.” Dit stelt Martin Aalders, voorzitter van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN), in een interview in juli-editie van het BKR-magazine Inzichtelijk. 

 

Volgens Aalders zit de grootste impact van de CCD II niet in de bestaande kredietverlening, maar in de uitbreiding naar nieuwe producten. Met name het onderbrengen van Buy Now, Pay Later (BNPL) onder de richtlijn is een belangrijke stap. Die uitbreiding brengt echter ook nieuwe uitdagingen met zich mee. “We krijgen straks niet alleen méér data in het kredietregister, maar ook een heel ander type data. Denk aan kleinere bedragen en kortere looptijden met veel hogere frequenties.” 

 

Veranderend beeld 

Waar kredietverlening voorheen overzichtelijk was, verandert dat beeld snel. “Iemand kan straks dertig keer per jaar gebruikmaken van uitgesteld betalen. Dat ziet er in de data heel anders uit en moet je dus ook anders interpreteren.” Volgens Aalders ligt daar een cruciale opgave voor de sector. “Als je die nieuwe vormen van krediet op dezelfde manier beoordeelt als traditionele leningen, trek je verkeerde conclusies. Dan ga je appels met peren vergelijken.” Hij benadrukt dat systemen en beoordelingsmodellen hierop moeten worden aangepast. “Het gaat niet alleen om registreren, maar vooral om begrijpen wat je ziet.” 

 

Korte tijdlijn 

De implementatie van de richtlijn gebeurt bovendien onder tijdsdruk. “De Europese deadline blijft staan, terwijl de nationale besluitvorming vertraging heeft opgelopen. Dat betekent dat de tijd om alles goed in te richten beperkt is.” Die druk ligt volgens hem bij meerdere partijen. “Het is een wisselwerking tussen sector, BKR en wetgever. Als één van die schakels achterloopt, merk je dat in het hele systeem.” 

 

Naast inhoudelijke aanpassingen spelen ook kosten een belangrijke rol. “De toename van het aantal transacties betekent dat er miljoenen extra toetsen en registraties bijkomen. Dat brengt aanzienlijke kosten met zich mee.” Vooral kleinere kredieten worden hierdoor geraakt. “Veel kosten zijn relatief vast. Daardoor worden juist kleine leningen relatief duurder.” 

 

Toegang tot krediet 

Dat kan gevolgen hebben voor de toegankelijkheid van krediet. “Het risico is dat mensen die afhankelijk zijn van kleinere bedragen minder toegang krijgen, of dat het te duur wordt.” Volgens Aalders ontstaat hier een spanningsveld. “Aan de ene kant wil je voorkomen dat mensen onverantwoord lenen. Aan de andere kant wil je dat ze toegang houden tot financiering voor noodzakelijke uitgaven.” 

 

Hij waarschuwt dat strengere regels ook ongewenste effecten kunnen hebben. “Als krediet te moeilijk of te duur wordt, zoeken mensen alternatieven. En die zijn niet altijd beter, denk aan ongereguleerde - buitenlandse - aanbieders of informele leningen.” 

 

In dit veranderende landschap wordt de rol van BKR steeds belangrijker. “BKR zorgt ervoor dat informatie gedeeld wordt tussen aanbieders. Dat is essentieel om overzicht te houden en risico’s te beperken