Artikel

Voor een kritisch rapport van KPMG er een einde aan maakte, maakte de Belastingdienst jarenlang gebruik van een algoritme dat selecteerde op inkomen. Hoe lager het inkomen, des te groter de kans op fraude met bijvoorbeeld de kindertoeslag, was de gedachte. “Met de toeslagenaffaire als recent dieptepunt, is het een uitvloeisel van een overheid die in de fraudebestrijding te veel gericht is op sociaal zwakkeren”, stelt Bob Hoogenboom, hoogleraar Forensic Business Studies van Nyenrode Business Universiteit.

“Door de overheid als bedrijf te behandelen en af te rekenen op productiecijfers, krijg je dat de overheid zich vooral gaat concentreren op laaghangend fruit”, zegt Hoogenboom. “Klein bierzaken. Sociaal zwakkeren, die toch al in de hoek zitten waar de klappen vallen en zich niet kunnen verweren. Daardoor haalt de overheid de afgesproken targets op het gebied van fraudebestrijding, maar de echt grote, complexe zaken waar veel meer geld mee is gemoeid, blijven veelal buiten schot. Denk aan witwassen of belastingontduiking door grote bedrijven. Daar zit een onrechtvaardigheid in. Het wringt, in maatschappelijk en rechtstatelijk opzicht.”

Vinger op de zere plek
Dat de overheid bij de bestrijding van fraude en misdaad geneigd is ‘vooral naar beneden te kijken’, is volgens Hoogenboom van alle tijden. “Edwin Sutherland, bedenker van de term ‘witteboordencriminaliteit’, legde de vinger in 1939 al op de zere plek. We moeten meer naar de boardrooms kijken, schreef hij. Ruim tachtig jaar later toont de toeslagenaffaire aan dat de overheid nog steeds geneigd is om voor de weg van de minste weerstand te kiezen, als het gaat om het voorkomen en bestraffen van fraude.”

Die focus op sociaal zwakkeren, wil volgens Hoogenboom niet zeggen dat ‘sociaal sterkeren’ vrij spel hebben. “Notarissen, makelaars/taxateurs, bankiers, accountants, CEO’s… Er is steeds meer wet- en regelgeving die fraude, witwassen en belastingontduiking moet voorkomen. Onder druk van de overheid pakken ook brancheverenigingen de handschoen heel serieus op. Dat er desondanks om de zoveel tijd een groot schandaal is, komt omdat er altijd mensen zullen zijn die er enkele geen moeite mee hebben misbruik te maken van hun positie en op zoek gaan naar de mazen in de wet. Ook dat is van alle tijden.”

De Motus-methode
Begin dit jaar verscheen ‘Samen’, een door Hoogenboom geschreven boek over de samenwerking tussen notarissen, makelaars/taxateurs en overheidsinstellingen om witwassen en fraude bij onroerend goedtransacties te voorkomen. Hij doet er een aantal aanbevelingen in om ook wat hoger in de samenleving serieus werk te maken van fraudebestrijding. “Door het gesprek aan te gaan en effectieve publiek-private samenwerkingen op te tuigen, moet de overheid private partijen verleiden om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Daarnaast moet vooral het bedrijfseconomische kennisniveau binnen de publieke sector omhoog.”

Volgend jaar verschijnt een nieuw boek van Hoogenboom: ‘Het spiegellabyrint van de ondermijning en de Motus-methode’. “Motus is een klein multidisciplinair team dat in de regio Rotterdam is opgericht om crimineel pandgebruik tegen te gaan”, licht hij de titel toe. “Het is een zeer effectieve publiek-private samenwerking, vol jonge honden die in staat zijn om voorbij het strafrecht te denken. De kernboodschap in de trainingen van medewerkers van banken, woningcorporaties en VvE’s is dat ook voor crimineel pandgebruik geldt: voorkomen is beter dan genezen. De resultaten zijn hoopvol.”

Duizenden meldingen
Het Motus-team richtte zich ook met succes op individuele huurders. Hoogenboom: “Via Meld Misdaad Anoniem zijn in de regio Rotterdam honderden meldingen van crimineel pandgebruik gedaan. Dé les van de Motus-methode is dat je burgers serieus moet nemen. Dat is ook een raakvlak met de toeslagenaffaire: de overheid heeft degenen om wie het ging geen moment serieus genomen en uitsluitend als verdachte en fraudeur beschouwd. Niemand bij de Belastingdienst heeft gedacht: hoe kunnen we deze mensen waarschuwen, begeleiden en opvoeden en voorkomen dat ze steeds dieper in de schulden en de problemen raken?”

Over Stichting BKR

Stichting BKR beheert alle kredietgegevens in Nederland, waardoor kredietverstrekkers op basis van de actuele situatie de juiste kredietbeslissing kunnen nemen. Zo voorkomen we dat consumenten meer lenen dan hun portemonnee toelaat en beschermen we het financiële welzijn van heel Nederland. Kredietverstrekkers zijn verplicht elke lening die zij verstrekken, aan te melden bij Stichting BKR. Al die informatie slaan we op in een database zodat er een overzicht is van alle leningen in Nederland en hoe de Nederlanders afbetalen. Naast het beheren van kredietgegevens richt Stichting BKR zich in bredere zin op het voorkomen van problematische schuldsituaties, fraudepreventie en het beperken van financiële risico’s bij kredietverlening. Stichting BKR heeft geen winstoogmerk en bestaat sinds 1965.

Hoe behulpzaam vond je deze pagina?
Bedankt voor je feedback
Er is iets fout gegaan, probeer het opnieuw.