Artikel

Van Ark wil veelkoppig schuldenmonster te lijf gaan

Wetgeving moet anders volgens Tamara van Ark, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Aan magazine Inzichtelijk vertelt de bewindsvrouw dat zij minder juridische knelpunten wil en de schuldproblematiek verslaan.  

-Journalist Mathijs Bouman betoogt in de eerste editie van ‘Inzichtelijk’ dat wetgeving in Nederland vooral gericht is op het beschermen en versterken van de positie van schuldeisers. Hij pleit er voor om het gemakkelijker te maken voor mensen om persoonlijk failliet te gaan. Hoe kijkt u aan tegen deze constatering? 

Van Ark: “De schuldproblematiek is een veelkoppig monster. Er is niet één simpele oplossing om deze problematiek aan te pakken. Anders hadden wij dat natuurlijk al lang gedaan. Steeds weer blijkt dat schulden nooit alleen komen. Aan de schulden van mensen kunnen talloze oorzaken ten grondslag liggen. Ik vind het belangrijk dat mensen díe hulp krijgen die ze nodig hebben en dat is maatwerk. Soms is het gedeeltelijk kwijtschelden van schulden een onderdeel van de oplossing, maar ik denk niet dat mensen in algemene zin gebaat zijn bij het simpelweg persoonlijk failliet verklaren. Als de onderliggende problemen niet worden aangepakt, zullen de schulden nooit duurzaam worden opgelost.”

-Is wetgeving teveel gericht op het beschermen van schuldeisers? Of is dat een verkeerd beeld? 

“Ik deel dat beeld niet. Het kabinet zoekt bij de aanpak van de schuldenproblematiek steeds naar balans tussen de belangen van de schuldenaar en die van de schuldeiser en natuurlijk ook naar het maatschappelijke belang. Daarbij staat wel voorop dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor het nakomen van hun financiële verplichtingen en het aflossen van eventuele schulden. Dit mag echter niet ten koste van alles gaan. Daarom moeten mensen kunnen rekenen op een solide beslagvrije voet, zodat zij in de noodzakelijke kosten van hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het vraagt ook dat partijen moeten kunnen rekenen op een zorgvuldig en maatschappelijk verantwoorde incasso.

Daarom vind ik het, met heel veel andere partijen, zo belangrijk de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet op 1 januari 2021 in te voeren. Er worden in de Brede Schuldenaanpak nog heel veel andere maatregelen getroffen, die ervoor moeten zorgen dat mensen met (problematische) schulden niet verder in de problemen raken. Zoals maatregelen die erop gericht zijn onnodige ophoging van schulden te voorkomen en het bestaansminimum beter te beschermen. Denk bijvoorbeeld aan de verbreding van het beslagregister, de noodstopprocedure die de stapeling van boetes bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau tegengaat en de invoering van een incassoregister om misstanden in de incassobranche tegen te gaan.”

-Wat moet volgens u anders of beter om schuldenproblematiek te voorkomen?

“Op het terrein van schulden ligt er onverminderd een grote maatschappelijke opgave. Ik denk dat we met de brede schuldenaanpak belangrijke stappen hebben gezet en nog aan het zetten zijn om problematische schulden te voorkomen. De genoemde wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in verband met vroegsignalering vind ik heel belangrijk. Dit kan veel ellende voorkomen. Het juist vaststellen van de beslagvrije voet vind ik een ander essentieel punt. Mensen met schulden moeten voldoende overhouden om van rond te komen, de problemen moeten niet verergeren. We zetten alles op alles om dit per volgend jaar te regelen.  Verder kunnen we niet genoeg doen om het onderwerp schulden bespreekbaar te maken, om het taboe eraf te halen. We zijn om die reden afgelopen voorjaar gestart met een landelijke campagne om geldzorgen bespreekbaar te maken. Daarnaast blijft het belangrijk om met mensen in gesprek te zijn die zelf in de situatie zitten. Ik hoop dat ook organisaties die met schulden te maken hebben in gesprek gaan met ervaringsdeskundigen. Dergelijke gesprekken bevatten vaak veel eyeopeners en je wordt je ook bewust dat het iedereen kan overkomen.”

-Premier Rutte kondigt een herziening aan van het toeslagensysteem. Niet langer wordt achteraf bekeken of een voorschot daadwerkelijk terecht is toegekend. Wat vindt u van deze ontwikkeling? 

“Iedereen is het erover eens dat het huidige toeslagenstelsel te ingewikkeld is en dat er iets moet veranderen. Toeslagen worden nu snel uitbetaald, als voorschot. Mensen hoeven dan niet zelf voor te schieten. Deze systematiek brengt met zich mee dat mensen teveel ontvangen bedragen later moeten terugbetalen. Dat zorgt voor onzekerheid. Bijvoorbeeld bij mensen die de stap zetten van uitkering naar flexibel werk. Onzekerheid die ertoe kan leiden dat zij bang zijn om deze stap te zetten. Ook kunnen terugvorderingen financiële problemen tot gevolg hebben, of deze verergeren. Terwijl toeslagen juist zijn bedoeld om mensen financieel te ondersteunen.

Herziening van het systeem van toeslagen is een grote klus, die tijd zal kosten. Het kabinet werkt aan een reactie op het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) toeslagen, waarin alternatieven voor het huidige stelsel worden onderzocht. Ik denk dat het goed is dat we hier prioriteit aan geven. Tot die tijd moeten wij er gezamenlijk voor zorgen dat mensen die dat nodig hebben hulp krijgen om hun weg te vinden in dit complexe systeem.

Voor wat betreft de kinderopvangtoeslag werken de Belastingdienst/Toeslagen en mijn departement aan verbetermaatregelen om hoge terugvorderingen te voorkomen binnen het huidige systeem. Dat doen we door op basis van gegevensuitwisseling, met onder andere kinderopvangorganisaties, eerder te signaleren dat de gegevens niet meer actueel zijn en ouders hierover te informeren. Ook worden ouders met een kans op hoge terugvorderingen persoonlijk begeleid. We investeren bovendien in digitale dienstverlening.

Binnenkort kunnen ouders via een app hun situatie inzien en wijzigingen doorgeven. We kijken daarbij ook naar de wet. In lijn met een recente uitspraak van de Raad van State en het eerste deelrapport van de commissie Donner hebben we een beleidsregel ingevoerd. Deze bepaalt dat ouders die een deel van de eigen bijdrage voor de kinderopvangtoeslag niet hebben betaald voortaan niet meer de gehele ontvangen kinderopvangtoeslag over een jaar hoeven terug te betalen, maar slechts een proportioneel deel. Een eventueel nieuw stelsel weerhoudt ons er met andere woorden niet van om nu al zoveel mogelijk verbeteringen door te voeren.”

Over Stichting BKR

Stichting BKR beheert alle kredietgegevens in Nederland, waardoor kredietverstrekkers op basis van de actuele situatie de juiste kredietbeslissing kunnen nemen. Zo voorkomen we dat consumenten meer lenen dan hun portemonnee toelaat en beschermen we het financiële welzijn van heel Nederland. Kredietverstrekkers zijn verplicht elke lening die zij verstrekken, aan te melden bij Stichting BKR. Al die informatie slaan we op in een database zodat er een overzicht is van alle leningen in Nederland en hoe de Nederlanders afbetalen. Naast het beheren van kredietgegevens richt Stichting BKR zich in bredere zin op het voorkomen van problematische schuldsituaties, fraudepreventie en het beperken van financiële risico’s bij kredietverlening. Stichting BKR heeft geen winstoogmerk en bestaat sinds 1965.

Lees verder: