Artikel

Op 10 november werd het Convenant Vroegsignalering Schulden ondertekend. In het convenant werken gemeenten, zorgverzekeraars, wooncorporaties, energie- en waterleveranciers samen om mensen met problematische schulden op te sporen. Lector Armoede Interventies Roeland van Geuns van de Hogeschool van Amsterdam bespreekt het belang en de verwachtingen.

Hoe zou u het belang van dit convenant willen omschrijven?
Van Geuns: “Het belang van het convenant en überhaupt de voorafgaande wetgeving is groot. Hiermee is een wettelijke basis gelegd voor gegevensuitwisseling. Daarmee is ook een verplichting bij gemeenten gekomen om iets met de signalen van betalingsachterstanden te doen. We weten dat naarmate we eerder zijn met de helpende hand bieden, we ook beter in staat zijn om het uit de hand lopen van betalingsproblemen te voorkomen.”

Om die wettelijke basis voor gegevensuitwisseling bij de horens te vatten: Was dat een lang proces en stond dat in de weg om het convenant snel en effectief op te tuigen?
“Ik denk dat het eerder andersom is. Wetgeving is in Nederland een langdurig proces, want het moet zorgvuldig. In dit geval had de wet niet alleen betrekking op schuldhulpverlening en de betrokken partijen, maar er moest ook rekening worden gehouden met de Europese AVG. Dat is een ingewikkeld proces. Maar vroegsignalering vindt al op individuele basis plaats, sinds ik meen 2008. De voorgeschiedenis is dus lang. Ik heb echter geen aanleiding of signalen gehad dat dit langer heeft geduurd dan noodzakelijk.”

Wat zijn wat u betreft de belangrijkste punten uit het convenant?
“Er zijn afspraken gemaakt over het uitwisselen van gegevens natuurlijk. Maar ook het feit dat aan de kant van de crediteuren problemen niet kunnen worden afgeschoven. Veel mensen hadden daar angst over. Als de mogelijkheid bestaat, en per 1 januari 2021 zelfs de verplichting, om signalen af te geven aan de gemeente, wat ga je als crediteur in het voortraject dan zelf doen om te voorkomen dat mensen in die uitwisselingsbestanden terechtkomen? Het is goed dat daar afspraken over zijn gemaakt. Crediteuren hebben niet alleen een financieel belang. Ze hebben ook een morele plicht om in het voortraject alles te doen wat binnen het redelijke ligt om een betaling geregeld te krijgen.”

Heeft het convenant de aanstaande Wgs handen en voeten gegeven?
“Dat kun je zo zeggen. Voor deze wijziging van de Wgs is geen extra geld meegekomen. We weten dat de eenmaandsmeldingen al voor bijna alle gemeenten een enorme hoeveelheid werk zou betekenen. Niet te overzien. Het feit dat daar concrete afspraken over zijn gemaakt, zorgt ervoor dat de workload voor gemeenten niet zo excessief groeit. We moeten zien of het uitvoerbaar is.”

Wat zijn uw verwachtingen ten aanzien van de effecten van het convenant en de Wgs?
“De wettelijke basis wordt per 1 januari 2021 van kracht, dus die vraag is lastig te beantwoorden. Vaak gaat het in dit soort gevallen over de vraag in hoeverre het voor de uitvoering hanteerbaar is. Dat is afhankelijk van de mate waarin de gemeenten in staat zijn om zaken kwalitatief en kwantitatief af te handelen. En hoe de aantallen zich verder ontwikkelen. Het is hoe dan ook goed dat de gedeelde verantwoordelijkheid nu is verankerd in wet- en regelgeving.”

Over Stichting BKR

Stichting BKR beheert alle kredietgegevens in Nederland, waardoor kredietverstrekkers op basis van de actuele situatie de juiste kredietbeslissing kunnen nemen. Zo voorkomen we dat consumenten meer lenen dan hun portemonnee toelaat en beschermen we het financiële welzijn van heel Nederland. Kredietverstrekkers zijn verplicht elke lening die zij verstrekken, aan te melden bij Stichting BKR. Al die informatie slaan we op in een database zodat er een overzicht is van alle leningen in Nederland en hoe de Nederlanders afbetalen. Naast het beheren van kredietgegevens richt Stichting BKR zich in bredere zin op het voorkomen van problematische schuldsituaties, fraudepreventie en het beperken van financiële risico’s bij kredietverlening. Stichting BKR heeft geen winstoogmerk en bestaat sinds 1965.